Als je ontiegelijk moe bent, presteer je ontiegelijk slecht.
Waarom zou je eigenlijk nog trainen? Je wordt er kennelijk alleen maar
vermoeider en dus ook slechter van. Het antwoord zit hem natuurlijk in de
andere, zeker zo voorname, trainingsbouwsteen: de rust. Goed en verstandig
trainen is constant zoeken naar een evenwicht tussen belasting en rust. Als deze
twee bouwstenen niet goed op elkaar zijn afgestemd, maak je een trainingsfout of
misschien wel een rustfout: je rust te veel of je rust te weinig.
Trainen is een doelbewuste verstoring van de evenwichtstoestand in je lichaam
met het doel om in de daarop volgende rust zodanige herstelprocessen in werking
te zetten dat je uiteindelijk sterker uit de strijd komt. Goed en effectief
trainen is dus niet alleen goed voor ogen houden WAT je wilt verstoren (dat is
de inhoud van de training), maar ook precies afpassen HOE je vervolgens moet
rusten. Er zijn diverse vormen van training, daarom zijn er ook diverse vormen
van rust. In de rest van dit verhaal wordt met RUST ook steeds HERSTEL bedoeld.
Ten eerste kun je rust indelen naar de aard van de rust zelf. Je hebt actieve
rust en passieve rust. Bij passieve rust doe je niets (tenminste niet iets waar
je moe van kunt worden). Voorbeelden van passieve rust zijn: slapen, terrasje
pikken, je partner beminnen of juist niet beminnen enz enz. Voorbeelden van
actieve rust zijn: een hersteltraining, bijvoorbeeld een dribbelloopje of een
licht intensieve fiets- of zwemtraining, wandel- en dribbelpauzes tussen
intervals enz.
Je kunt rust ook indelen aan de hand van de tijdsduur van de rust. Een
rustperiode in oktober en november om de beslommeringen van een zwaar seizoen
van je af te laten glijden tot een paar seconden rusten tussen twee intensieve
intervals.
Dit bepalen van de aard en de tijdsduur van de rust is misschien wel het
moeilijkste van alles. Toch zijn er voor degenen, die goed weten waar ze mee
bezig zijn wel een paar regels voor een juiste dosering van de rust te geven.
Om tot een juist begrip te komen gaan we rust/herstel eerst eens indelen aan
de hand van de tijdsduur met enig commentaar.
INDELING NAAR TIJDSDUUR VAN DE RUST
De eeuwige rust.
Deze rust behoeft geen commentaar. Je wordt nooit meer moe.
De seizoensrust.
Na een zwaar seizoen met week na week een wedstrijd waarin je tot het gaatje
bent gegaan is het nodig, dat je de batterij weer gaat opladen voor het nieuwe
seizoen. Plan deze rust vlak na de laatste wedstrijd of als je "P.B.P of
LEL" hebt
gedaan in ieder geval onmiddellijk daarna. Het is echt niet nodig dat je met de
benen omhoog niks gaat liggen doen, maar doe eens iets anders: ga stappen, haal
je sociale contacten eens aan en als je sport zou je kunnen denken aan een
totaal andere sport; desnoods voetballen.
De rust tussen twee trainingen.
Dit is het moeilijkste te doseren, omdat het heel afhankelijk is van de
discipline en de intensiteit van de training. Om tot een juist begrip te komen
zou je het principe van een optimale belasting/herstel curve moeten weten bij je
eigen lichaam. Als je door training je lichaam hebt uitgeput begint het lichaam
onmiddellijk na het stoppen van de training met de herstelwerkzaamheden. Als je
dan na verloop van tijd weer terug bent op je oude uitgangsniveau gaat je
lichaam nog even door met herstellen. Je wordt dan dus een heel klein beetje
sterker dan voorheen. Deze (voorbijgaande) fase van een heel klein beetje
sterker zijn heet "supercompensatie". Het is nu de kunst om precies op het topje
van die supercompensatiefase een nieuwe trainingsprikkel toe te dienen; na het
doorlopen van de cyclus belasting à herstel à supercompensatie ben je dan weer
een beetje sterker. En zo kun je blijven doorgaan tot je jouw persoonlijke grens
bereikt hebt. Begin je te vlug met het toedienen van een nieuwe prikkel dan zit
je lichaam nog niet in de supercompensatie, of nog erger: het herstel is nog
niet volledig. Je conditie gaat dan achteruit; je raakt overtraind of krijgt op
zijn minst een afgrijselijke blessure (soms is dat gunstig, omdat je dan
tenminste rust neemt). Als je te lang wacht met het toedienen van een nieuwe
trainingsprikkel dan is de supercompensatiefase weer voorbij en je bent weer
terug op je oude uitgangsniveau. Je gaat dan niet vooruit, je mag al blij zijn
als je niet langzaam aan slechter wordt. Bij NORMALE, VERSTANDIGE
trainingsarbeid lijkt drie trainingsprikkels per week, telkens met minstens een
rustdag ertussen optimaal. Een beetje atleet kan zo
dus wel tot negen trainingen per week komen, maar hij moet dan wel erg goed
kunnen omgaan met zijn intensiteiten. (Daarover later meer).
De rust tussen twee intervals.
Deze rust is naar aard en functie totaal verschillend van de hiervoor beschreven
rust. Ook het doseren van deze rust vereist enig inzicht in de mechanismen die
aan intervaltraining ten grondslag liggen. Train je op een interval-achtige
manier in het A1 en A2 gebied dan is het doel van de rust heel eenvoudig:
doorbreken van de saaiheid en de groep weer bij elkaar brengen. In het A1 en A2
gebied heb je helemaal geen rust nodig, daarom stelt het als INTERVALTRAINING
ook niet zo veel voor.
Het wordt anders als je intensiever gaat trainen. Tijdens de arbeid gaat je
hartfrequentie omhoog, daarom gaat dan ook het HMV (=hartminuutvolume) omhoog.
Omdat een groot HMV een prestatiebepalende factor is, is dat gunstig. Als je nu
stopt met de sportactiviteit - en vooral als je nog heel rustig beweegt, dus
actieve rust - gaat je hartfrequentie weer omlaag maar de spieren pompen een
grote hoeveelheid "afgewerkt" bloed in de richting van het hart. Het hart kan
deze toevloed alleen maar verwerken door een uitzetting; het hart wordt dus
groter. Als je dit nu maar vaak genoeg doet is de aanpassing blijvend en heb je
dus uiteindelijk een groter hart, en dat is dus ook een groter HMV. Dit effect
treedt het meeste op in het allereerste deel van de rust.
Omdat er veel Duits onderzoek is geweest naar intervaltraining staat dit
effect in de trainingsleer bekend als "lohnende Pause". Het zal duidelijk zijn
dat de lagere rust hartfrequentie van getrainde atleten een uiting is van dat
grotere hart.
Ook voor dit type rust zijn er wel vuistregels. De hieronder staande vuistregels
gelden voor LOPEN; voor de andere twee disciplines heb je genoeg aan de helft
van de rust.
Intensiteits- verhouding arbeid : rust
gebied trimmers getrainde atleten
E1 1 : 1 1 : 0.5
E2 1 : 2 1 : 1
An1 1 : 3 1 : 1.5
INDELING NAAR DE AARD VAN DE VERSTORING VAN DE HOMEOSTASE.
Uiteraard klinkt het veel interessanter om te spreken van een verstoorde
homeostase dan van gewone vermoeidheid, maar het sluit ook beter aan bij de
definitie van training. Immers training is gedefinieerd als "een doelbewuste
verstoring van de homeostase met het oogmerk een andere (betere) homeostase te
bewerkstelligen". Maar er zijn verschillende soorten van moe zijn, weer iedere
soort met zijn eigen eisen aan het daarop volgend herstel.
In de weefsels heerst een zuurstofschuld.
In feite heb je over het herstellen van die zuurstofschuld weinig te vertellen.
Je lichaam regelt het zelf wel. Zo lang je aan het nahijgen bent is de schuld
nog betrekkelijk groot en als het hijgen afgelopen is is de schuld grotendeels
ingelost. Als je niets mankeert aan de luchtwegen hoef je zelf niets te doen.
Ben je wel CARA patient kun je in overleg met je arts iets eraan doen. Plak
overigens gerust je hele neus vol met van die populaire strips; ze kunnen geen
kwaad (ze helpen overigens ook geen fluit).
In de weefsels zit melkzuur.
Dit kun je wel beïnvloeden. Eerst even een fout woordje rechtzetten: melkzuur is
geen afvalstof. Het is een stofwisselingsproduct dat ontstaat wanneer
spierarbeid geleverd wordt zonder dat er voldoende zuurstof aanwezig is. Dan zal
de verbranding van glucose maar gedeeltelijk plaats kunnen vinden. Als je het
heel eenvoudig zegt is melkzuur dus halfverbrande suiker. De spieren willen dat
spul zo snel mogelijk kwijt en geven het dus af aan het bloed; het bloed zorgt
voor transport naar elders in het lichaam waar spieren zijn die niet zo hard
hoeven te werken en dus wel wat zuurstof over hebben om voor verdere verbranding
zorg te dragen. Je bevordert dus het herstel van melkzuurophoping in de spieren
door de bloedcirculatie op een iets hoger plan te houden. Dit wil dus zeggen:
actieve rust. Actieve rust is dus altijd zodanig dat de bloedcirculatie wel
gestimuleerd wordt en er geen nieuw melkzuur wordt gevormd. Na zo'n uurtje of
drie is al het melkzuur wel uit je systeem, ook al doe je er niets aan. Kun je
nagaan wat die mensen ervan snappen die daags na de wedstrijd naar de masseur
gaan om de verzuring uit hun benen te laten masseren. Melkzuur kan een acute
pijn in de spieren opleveren, deze pijn is geheel anders van aard dan wat hierna
beschreven wordt.
De weefsels zijn beschadigd.
Stommeling!!! Je hebt te hard getraind. Dit moet het uitgangspunt zijn. De
opvatting dat je na een training goed spierpijn moet hebben stamt uit de tijd
van mijn opoe. Dit type spierpijn staat bekend als DOMS (Delayed Onset of Muscle
Soreness) en volgens de moderne opvattingen zijn het minuscule blesuurtjes in
het spierweefsel. Een goede spierpijn kan wel een week duren. Wat moet je doen
en wat moet je laten om zo snel mogelijk te herstellen bij een stevige spierpijn
?